“Wordt het weer zo’n dag?”, zeg ik zachtjes tegen mijzelf. Zo’n dag dat ik net niet lekker in mijn vel zit, dat ik eigenlijk net te kort geslapen heb en ‘s nachts druk ben geweest met de vreemdste dromen en dus nu niet goed uitgerust ben. Zo’n dag dat mijn hoofd en mijn lijf niet synchroon lopen. Wordt het weer zo’n dag…

Ik merk het al bij het opstaan. Mijn bloten voeten zet ik naast het bed en bij de eerste stap, voel ik de rits van mijn broek onder mijn teen. Alsof je op een legoblokje trapt. Sufferd, denk ik, had je je broek maar ook moeten opruimen in plaats van op de grond te gooien. Eigen schuld, terwijl ik zachtjes met mijn hand over mijn tenen wrijf.

Vanuit de gang hoor ik Droppie al ‘zingen’. “Oehwhoehoe, schiet toch eens op, ik moet naar buiten”. Na een kort badkamerbezoekje en snel in mijn kleren schietend, loop ik de trap af. Daar zit íe, mijn trouwe slungel. Hij zit daar elke ochtend, starend en zingend. Zodra hij mij ziet, rekt hij zich nonchalant uit door zijn poten op de eerste traptrede te zetten en zijn nagels in de planken te drukken. Goed voor de verf ook.

Ik schiet langs Drop heen en plof in de stoel in de woonkamer. Want daar komt het gevaar. Met zijn gespierde paling lijf komt hij al dansend de kamer binnen. “Vrouwtje is er, vrouwtje is er. Ik ga haar begroeten want vrouwtje is er.” Meestal gebeurt het begroeten met enthousiasme maar wel met vier poten op de grond. Vandaag bedenkt Drop zich geen moment. Trek al dansend een sprintje vanuit de gang naar de woonkamer. Hij komt met vier poten los van de grond en als een volleerd rugbyspeler gooit hij zijn lijf op mijn schoot en knalt met zijn kop tegen mijn neusbrug. Het is half 8 ‘s ochtend en ik zie al weer sterretjes.

Als ik dan eindelijk mijn schoenen heb veroverd en mijn jas heb aangetrokken, loop ik naar buiten. Het is zondagochtend, kwart voor 8. Het dorp slaapt nog. Op mijn gemakje loop ik richting het uitlaatterrein. Drop zijn riem hangt om mijn schouder. Op zulke rustige momenten heb ik hem vaak los lopen. Blijkbaar ruikt er een grassprietje erg lekker want Drop blijft een beetje rondhangen op het pad. Terwijl ik doorloop, fluit ik zachtjes. En daar hoor ik Drop komen, in een volle sprint over de bemoste kinderkopjes. Vlak voor de bocht, is de combinatie mos, bevroren dauw en snelheid, mijn Droppie fataal. Met een knal belandt hij op zijn zij en komt drie meter verder in de prikstruiken tot stilstand. Ook voor Drop is het blijkbaar zo’n dag…

Bij het uitlaatterrein aangekomen, pakt de begroeting met zijn vriendin Djoeke ook wat onstuimig uit. Drop maakt een “salto mortale” over de labradoedel heen en ligt binnen drie tellen op zijn rug. De dag moet nog beginnen. Na een uurtje grappen en grollen, zijn we weer thuis. In de bijkeuken schep ik Droppie’s voer uit de grote ton. Dan struikel ik over de drempel richting de woonkamer. Alle brokjes vliegen over de vloer en de beker stuitert nog drie keer na voordat het tot stilstand komt tegen Drop’s mand. Zucht. “Doe je best maar Drop, vandaag ligt je eten overal.” Ik zie de kwijlstrepen over mijn plavuizen getrokken worden. Droppies tong raakt iedere centimeter van de vloer.

Misschien als ik zelf wat eet, voel ik mij ook iets beter, denk ik. Ik trek de koelkast open. Op mijn hurken inspecteer ik de inhoud. Uit de groentela haal ik het laatste bekertje yoghurt met bramen. Dan verschuift mijn evenwicht. Ik kan mijn balans niet meer herstellen. Ik probeer met mijn linkerhand de koelkastdeur nog te pakken. In mijn rechterhand knijp ik in een reflex de yoghurtbeker aan gort. Ik plof op mijn gat op de keukenvloer en rol door zodat ik op mijn rug terecht komt. Yoghurt overal, brokjes overal en het kwijl van mijn hond overal.

Ik zucht nog eens diep. Het is echt weer eens zo’n dag…


1 reactie

Hanneke · 22 maart 2021 op 13:14

Oeewoooohoooo. Wat een dag. Maar sorry Drop en Sas, ik heb me wel bescheurd om jullie avonturen!
.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *