Bijna elke dag zie ik mijn vrienden. Even een uurtje spelen voordat de werkdag begint. Saar en Nora de labradors en natuurlijk Milou de herder. Zelfde tijd, zelfde plaats, elke dag. Soms schuift er iemand extra aan zoals Don, Riley, Djoeke of Koda, maar meestal zijn we de vier musketiers. We zijn alle vier anders en spelen ook anders. Saartje loopt meestal achteraan, neus op de grond en speuren maar. Ze is ook zeker te verleiden voor een spelletje rennen door de bosjes achter Milou aan of een één tweetje met mij. Lekker knuffelen en duwen met elkaar. Liefst als de andere honden al weg zijn.

Miloutje is de gangmaakster van het stel. Altijd in voor een flinke stoeipartij, tikkertje of een goeie tackel. Haar bek ver open gesperd met haar tanden in het nekvelletje van een andere hond . Ze bijt niet maar vindt het heerlijk om haar tanden te flossen met de haren van andere honden. Waar Milou met regelmaat flink en hard blaft, is ze bij mij stil en fluistert ze lieve woordjes in mijn oor.

En dan Nora, Noortje, de jongste van de groep. Ze blaft harder en met een zwaardere stem dan Milou. Onvoorstelbaar wat er uit dat bekkie kan komen. En ze ziet er zo schattig uit met die reebruine oogjes en het kleine lijfje. Maar vergis je niet. Ze rent harder dan iedereen, kan vliegend in de aanval gaan en laat zeker niet de kaas van haar brood af eten. Sterker nog, als het maar enigszins te eten valt, dan heeft Nora het gevonden. Een knappe baas die het dan nog kan afpakken.

Zo lopen, rennen en vliegen we elke ochtend over het losloopgebied. We kennen elkaar goed. De begroeting is onstuimig. Soms ben ik in de stemming om te racen, vaak ben ik in de stemming om te stoeien maar het liefst loop ik met een stok rond. Goed stevig in mijn bek. Aankomen mag. Sterker nog, ik vind het heel leuk als andere honden mee trekken aan de stok. Vooral Noor deelt mijn liefde voor het sjouwen en trekken. Ik vind delen geen probleem. Maar ik wil wel graag de stok zelf vasthouden en dan laat ik een stukje voor een ander over. Noortje is er vooral op gebrand om de stok af te pakken. Gewoon voor de lol, omdat ik dan achter haar aan ga om de stok weer terug te pakken.

Zo ook deze ochtend. Ik sjouw wat af met mijn stok. Links en rechts om mij heen vliegen de honden voorbij. Noortje doet goede pogingen om samen te sjouwen en om mij te verleiden de stok los te laten. Maar nee hoor, ik poep zelfs met de tak in mijn bek. Ik denk er niet over om het ding even neer te leggen. Hoe ingewikkeld het soms ook iets. Deze stok gaat mee naar huis. Deze stok is van mij!

Terwijl mijn baasjes afscheid nemen van het baasje van Saar. Hij moet werken en dus moet Saar mee naar huis. Nog een laatste groet en nog een laatste aai over de bol van de hond, lig ik in het gras met mijn stok. Poot er stevig op vastgezet. Noortje dartelt om mij heen. Op de loer voor het ene momentje dat mijn aandacht verslapt om maar die stok te pakken te krijgen. Ik hou haar goed in de gaten. Dan zie ik Nora een sprintje nemen. Rechtstreeks naar mijn baasje. Daar zet Nora haar lieftallige achterwerkje op de schoenen van mijn baasje. Ik kijk nog eens. Wat doet ze daar? Bij mijn baasje? Met de nadruk op MIJN baasje. Ik zie de hand van mijn baasje achter het oortje kriebelen van Noor. Dat lekkere plekje, waar ik het ook zo heerlijk vind. De vingers gaan naar het andere oortje en Noortje zakt verder onderuit, haar buikje bloot en klaar voor een aaitje. En mijn baasje… mijn baasje buigt door haar knieën. Op het moment dat de hand van mijn baasje richting het buikje gaat van Noor denk ik, dit kan zo niet langer. Als er iemand gekrabbeld, gekriebeld, geaaid en gewreven moet worden door MIJN baas, dan ben ik dat. Dus ik vergeet mijn stok, ik vergeet alles om mij heen en ren naar mijn baasje. Terwijl ik al slippend en glijdend op mijn baasje afren om al die liefde op te eisen, zie ik Noortje overeind komen. Op het moment dat ik bij mijn baasje aan kom, is Noortje er van door. Richting mijn stok, ze grijpt mijn stok in het voorbij gaan en rent als een Razende Roeland over het terrein. Ik kijk naar mijn baas, ik kijk naar de plek waar ik net nog mijn stok had achtergelaten. Mijn baasje staat te lachen. Weg zijn de kriebels en aaitjes, weg is Noor met mijn stok. Wat een uitgekookte tante.


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.