Er was eens een rupsje, die at en at en at. Hij was altijd op zoek naar eten en had nooit genoeg. Daarom heette het rupsje ook Rupsje Nooitgenoeg. Tot op een dag het rupsje zich ontpopte tot een prachtige vlinder. Aan dit klassieke prentenboek heb ik één van mijn bijnamen te danken. Ja, vrienden, mijn baasje slingert met regelmaat allerlei namen naar mijn hoofd. Ik heb het wel eens met jullie gehad over mijn prachtige naam. Drop / Droppie, ik draag het met trots. Ik ken geen andere boxers met deze naam en het past mij ook zo goed. De zwarte stippen op mijn wangen zijn net echte dropjes en mijn karakter heeft ook iets zachts, iets lekkers en verslavend in zich. Kortom, mijn naam en ik, wij passen bij elkaar.

“Vetertje” roept mijn baas ook regelmatig, van Dropveter natuurlijk. Het is mijn speciale naam voor als mijn baasje wil dat ik kom. Ze spreekt het heel vertederend uit, het heeft ook iets liefs en ik moet zeggen: ik reageer onmiddellijk als ze Vetertje fluistert.

Rupsje Nooitgenoeg is recentelijk toegevoegd aan het assortiment benamingen voor mij. Niet dat ik de hele dag op zoek ben naar eten. Zeker niet. De zak chips die half leeggegeten is, kan rustig een nacht op de bank blijven liggen. Ik kom er niet aan. Worst of kaas op de salontafel, geen enkel probleem, ik kom er niet aan. Er zijn namelijk maar twee plekken waar ik te eten krijg. Mijn voerbak, drie keer per dag en mijn mand. Daar legt baas een koekje in als ze weggaat. Al het andere eten is niet van mij, dus daar blijf ik vanaf. Sterker nog, ik kijk er niet eens naar als er iets valt op de grond. Ben toch geen stofzuiger. Als mijn baas iets laat vallen of laat liggen, dan ruimt ze het zelf maar op. Ben ook haar huishoudster niet.

Dus waarom dan Rupsje Nooitgenoeg als bijnaam, vraag je je af? Ik zal het je vertellen. Het heeft namelijk niets te maken met eten maar met wandelen. Elke ochtend ga ik met mijn vriendenclub een uurtje stoeien. Een aantal van hen slapen dan de rest van de ochtend. Ik niet. Een half uurtje tot een uurtje verplichte bedrust na mijn ontbijt als ik thuis kom van de wandeling en daarna ben ik er weer. Tijd voor actie. Tussen de middag loop ik steevast met beide bazen een rondje industrie terrein. Bal mee, lekker stoeien, even zwemmen in de sloot. Met een beetje mazzel heb ik dan al een tussendoor wandeling gehad naar het dorp, want ja, anders duurt het mij te lang. Na de lunch weer even verplicht liggen om na een klein uurtje weer vragend bij de baas te gaan staan. Kunnen we niet uit? Kunnen we niet spelen? Tijd voor actie. Met mooi weer ga ik dan de tuin in, op zoek naar rottigheid. Bij kou of regen hou ik mij bezig met de sloffen van mijn baasje, liefst als ze aan haar voeten zitten.

Eind van de middag zit er weer een wandeling is. Meestal even naast de fiets door het bos, lekker racen en sjezen. Om daarna aan het avondeten te gaan met wederom verplicht een uurtje rust. Maar om 7 uur ‘s avonds ben ik er weer. Gaan we uit? Gaan we spelen? Iets er nog iets te klieren?

Dan stuiter ik de kamer door in de hoop dat baasje weer zo gek is om haar schoenen aan te trekken. Tot nu toe heb ik mazzel en gaan we opnieuw uit. Samen lopen we dan een rondje uitlaatterrein in de hoop wat vrienden te treffen. Of ze haalt haar wandelmaatje op om een rondje buitenkant dorp te wandelen.

Maar zodra ik het idee heb, dat we richting huis gaan, ga ik in de ankers. Ik lig en doe geen stap meer of ik verstop mijn bal zodat ik niet verder kan lopen. Want zonder bal kan ik niet naar huis. Een andere tactiek is dat ik een metertje of 20 achter haar blijf hangen zodat ze zich moet omkeren en weer verder gaat lopen, weg van huis. Dan helpt zelfs het roepen van “Vetertje” niet meer. Terwijl ik steeds verder weg van huis loop, in de hoop op nog een rondje, staat mijn baasje te stampvoeten: “Rupsje Nooitgenoeg, hier! En wel nu meteen. Terwijl ik schuddend met mijn billen de andere kant op loop, neurie ik… we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet.

Wie weet verandert dit Rupsje Nooitgenoeg door al dat wandelen ooit nog wel eens in een vlindertje, tot die tijd lijk ik meer op een afgetraind vies modderig varkentje.


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.