Vorige week vertelde ik, Dropveter, over mijn grote vriend, topsporter en idool Aaron op het trainingsveld. Hij hielp zijn begeleider met haar taken om zo samen het ultieme doel te bereiken, een olympische medaille. Nou ben ik, Droppie van Boranka, ook niet vies van internationale aspiraties. Elke week sta ik op dat trainingsveld te zwoegen en te zweten. Mijn dromen zijn groot, maar mijn begeleider is helaas nog erg onervaren. Het feit dat ze al met drie andere boxers heeft getraind, is de reden dat ze mij mag helpen. Helaas was ze bij het sollicitatiegesprek vergeten te vermelden dat alle drie de andere boxers het nooit geschopt hebben tot wedstrijdniveau, laat staan tot internationaal topsportmateriaal. Zij moet dus nog heel veel leren.

Ik, als topsporter in spé, had al snel in de gaten dat er maar één persoon belangrijk is op het veld. Niet mijn begeleider, die vaak geen idee heeft wat ze doet, maar de trainer. De trainer is de allerbelangrijkste persoon op het veld (behalve mijzelf dan) Deze dame weet precies wat mijn begeleidster fout doet. Als mijn helper weer molenwiekend aanwijzingen geeft, legt de trainer rustig uit dat ik geen idee meer heb welke kant ik op moet. Duidelijke handbewegingen en rustige lichaamstaal helpen mij namelijk om te focussen. Kijk, springen kan ik namelijk wel, door tunnels gaan is ook geen probleem. Van nature loop ik ook over smalle plankjes en een wip, dat kan ook niet echt moeilijk zijn. Het probleem zit in de volgorde van de hindernissen. Om alle honden een eerlijke kans te geven, rennen we allemaal hetzelfde parcours. Dit wordt aangeven door nummertjes die opgesteld staan bij de hindernissen. Ik, als superster, kan natuurlijk niet steeds in de gaten houden wat de volgorde van de hindernissen is. Als schaatser hou je zelf ook niet bij hoeveel rondjes je nog moet rijden. Nee, je begeleider houdt een bord vast met daarop de ronde tijden en hoeveel rondes nog. Een schaatser richt zich op het schaatsen.

Zo is het ook met mij. Ik richt mij op de hindernis, op snelheid en souplesse. Mijn begeleider moet in de gaten houden welke route ik moet nemen. Daar zijn een aantal manieren voor. Omdat ik natuurlijk veel sneller ben dan mijn begeleider, moet zij allerlei trucjes beheersen om op tijd de volgende hindernis aan te wijzen. Trucjes als een Belgische wissel, waarbij ik voor langs passeer, want Belgen zijn nu eenmaal beleefd en geven voorrang. Of de Franse wissel, waarbij de begeleider met haar rug naar mij toe staat, want ja, Fransen zijn nu eenmaal minder gericht op anderen en draaien hun rug sneller naar je toe. Terwijl mijn hulp pirouettes draait op het trainingsveld, heb ik mijn eigen manier bedacht om te winnen. Want wie geen sterke begeleider heeft, moet zelf slim zijn. Op een onbewaakt ogenblik, terwijl de trainer opnieuw geduldig staat uit te leggen dat mijn hulp zich niet moet vastlopen op een hindernis, loop ik zachtjes de tunnel in. Halverwege de tunnel steek ik mijn poot omhoog en laat een straal warm water over de wanden spetteren. Zo… die tunnel is nu van mij. Geen andere hond gaat de tunnel meer in. En kan dus ook niet meer winnen want een hindernis niet nemen is een diskwalificatie. Terwijl mijn begeleider nog onnozel roept naar de trainer: “zo’n plasje kan toch geen kwaad…” weet ik dat ook zij niet op een andermans toilet gaat zitten waar over de bril is gespetterd en de drol nog zichtbaar drijft in de pot. Nee, deze olympische medaille kan mij vanavond niet worden gestolen.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *