Tringgg, de voordeurbel. Drop gaat helemaal uit zijn dak. Sinds een paar weken is zijn waaksheid toegeslagen. Bij het minste of geringste gaat het alarm bij hem af. En wat een kabaal er uit mijn kleine boxer komt, niet normaal. Alsof er een roedel wolven op je af komt. Zijn zware blaf klinkt tot ver in het dorp. Gelukkig slaat hij alleen aan als er mensen bij de voordeur staan. Kom je via de achterdeur, geen enkel probleem. Kom binnen, welkom en neem de televisie ook maar mee…. Maar nu gaat de voordeurbel. Op de stoep staat een pakket, een kerstpakket nog wel. Aan de stoeprand zit de bezorger in zijn auto, raampje op een kier. Ik herken de chauffeur. Hij durft niet meer op de stoep te blijven staan sinds Drop zijn zware blaf produceert. Terwijl mijn hond de vriendelijkheid zelve is, maar ja, dat zie je niet aan hem en dat hoor je momenteel zeker niet.

“Een pakketje voor u, of eigenlijk voor uw hond”, roept de chauffeur. “Die heet toch Drop? Alstublieft en fijne dagen”. Terwijl de postbezorger zijn auto start, zie ik voor mijn voeten een klein doosje staan, beplakt met sterren en ballen. Droppie, staat er op. Tis inderdaad voor mijn trouwe viervoeter. Binnengekomen zet ik de doos voor hem neer. Nieuwsgierig komt hij dichterbij. Samen maken we de doos open. Er komen botjes uit, een balletje en een piepbeest. Samen met de beste wensen van een jongedame uit het dorp. Hoe leuk is dat, Drop heeft fans.

Ik gooi het botje en Droppie naar buiten. Hij knaagt een poosje maar het is blijkbaar toch te koud. Als ik de achterdeur weer open doe, gaat Drop op de uitkijk zitten achter het glas. Ik kruip weer achter mijn laptop. Dan hoor ik mijn hond onrustig wiebelen, kwijl loopt langs zijn snoet, kleine snuf- en piepgeluidjes komen uit zijn borstkas. Hij heeft duidelijk zijn zinnen op iets gezet. Zijn gedrag wordt steeds onrustiger. Hij ijsbeert voor het raam. Met een zucht sta ik op. Doe de achterdeur weer open. Drop stormt de deur uit, schiet over het terras, dwars over het gras. Dan een ijselijke gil. Ieuwwwww. De snerp gaat dwars door mij heen. Ik schiet in mijn schoenen en ren de deur uit. En daar zit Drop, op zijn dikke achterste, staart helemaal naar binnengevouwen met het puntje strak tegen zijn buik gedrukt. Zijn lijfje in de bibberstand. Zijn voorpootje haalt hij herhaaldelijk over zijn snoet.

Terwijl ik op mijn knieën naast mijn hond zit, mijn arm om hem heen sla, zie ik op de grond zijn botje liggen. Op nog geen 5 centimeter naast zijn bot, steekt nieuwgierig een klein neusje uit het gras omhoog. Zo’n wiebelig neusje uit een stekelig bolletje. Een egel.

Het botje heeft Drop niet meer aangeraakt. Ook niet toen de egel weg was. Zelfs niet toen ik het botje mee naar binnen nam. Voor Droppie kan de Kerst en zijn botjes gestolen worden met die stekelige ballen in de tuin.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *