Het is een gewone vrijdag. Aan het einde van een werkweek. Nog even snel de laatste mails weg werken en dan de auto vol stouwen met tent- en kampeerspullen, een sporttas met kleding, voer voor de hond en een stretcher voor hem om op te liggen. Ik ga een weekendje kamperen, voor het eerst met Drop en zonder mijn andere mannen. Altijd weer bijzonder hoeveel spullen je mee moet nemen als je gaat kamperen. Ik had net zo goed drie weken kunnen gaan, zo vol zit de auto, maar na flink duwen en trekken, zit alles op z’n plek. Inclusief Droppie, die het allemaal reuze interessant vindt. Met de ramen open en een warme wind die door de auto waait, rij ik een half uurtje naar een kleine camping op de Veluwe. Ik heb een mooi plekje in een hoek op een kampeerveld uitgezocht. Om mij heen staan caravans met elektrische fietsen en ANWB echtparen. Ze kijken nieuwsgierig naar mij en mijn hond als ik het terrein op rij. Je ziet ze denken, vrouw alleen en dan die hond, ach arm kind…

Als ik de achterklep open gooi, springt Drop uit de auto en de helft van de kampeerspullen vallen mee naar buiten. Tussen de ongeorganiseerde puinhoop ga ik op zoek naar Droppies riem. Hij hoort natuurlijk aan de lijn te zitten op de camping. Maar waar ik ook kijk, tussen alle spullen is geen riem te vinden. Dan gaat mijn telefoon. “Zoek je een riem, schat? Mijn echtgenoot lacht. “Ik dacht, ik bel je even omdat ik de riem zie hangen de kapstok, die ben je vergeten, denk ik?” Zucht, dat begint al goed, de tent moet nog opgezet worden en mijn planning loopt al in de soep. Geen riem voor de hond. “Nou”, zegt mijn echtgenoot, “je boft, zo’n drie kilometer van de camping is een dierenzaak. Ik heb even gekeken, ze zijn tot 18.00 uur open, dus als je opschiet, kan je daar nog een riem kopen. Succes.”

Ik laat de spullen liggen, waar ze zijn gevallen, knoop een scheerlijn aan de halsband van de hond en vertrek richting de dierenwinkel. Als ik even later de winkel binnen loop, komt er een enorme herdershond op mij af. Zo’n grote, met veel haar en los lopend, zonder eigenaar. Ik ben niet zo’n fan van herders en ik doe dan ook ongemerkt een flinke stap achteruit. “Kom maar binnen, hoor mevrouw, het is de winkelhond” roept een man achter de toonbank mij toe. “Zij doet niets.” “Ja, ja,” denk ik bij mijzelf, “dat zeggen ze allemaal”. En ook Drop doet een stap naar achteren. Staart naar beneden en zijn haren overeind. Op hoop van zegen laat ik de scheerlijn los. Gelijke kansen, beide honden los en zo kan Drop zich beter verdedigen, is mijn theorie. Binnen vijf minuten racen de herder en mijn boxer door de winkel achter elkaar aan. Ze scheuren langs de hondenmanden, konijnenvoer en parkietenzaad. Ze botsen tegen de schappen, tegen het winkelend publiek en tegen elkaar. De man achter de toonbank grijnst van oor tot oor. “Ik zei toch dat ze niets doet. Ze speelt met alle honden”. Terwijl ik een riem uit zoek, is mijn boxerpuber als een blok gevallen voor deze heerlijke teef. Drop slooft zich compleet uit en samen slopen ze ongeveer de winkel. Werkelijk niets staat meer op z’n plek. Stapels met kussens liggen verspreid over de vloer, hier en daar wankelen de stellages en vallen er pakken met voer uit het schap.

Als ik afreken, bied ik mijn excuses aan voor de puinhoop. “Kan ik helpen om de boel weer netjes te krijgen”, vraag ik aan de eigenaar. “En heb je misschien wat water voor mijn hond?” Drop staat namelijk als een gek te hijgen. “Laat maar zitten, ik ruim het wel op”, zegt de man. Ondertussen pakt hij pakt een emmer, vult het met water en zet het neer. Drop’s koppie verzuipt er bijna in. Na een laatste afscheidskus van de herder, lopen Drop en ik naar buiten. Tussen de schuifdeuren van de winkel kijkt Droppie nog een keertje achterom, laat een fikse boer en gooit dan met een flinke smak, al zijn brokken van die dag, inclusief het net opgedronken water, uit zijn bakkes, op de grond. Terwijl de schuifdeuren open en dicht gaan met het braaksel ertussen, loop ik terug naar de toonbank. En ik stel nogmaals de vraag; “Kan ik helpen om de boel weer netjes te krijgen? En heb je misschien een emmer water?” En opnieuw mompelt de eigenaar; “Laat maar zitten, ik ruim het wel op…”


1 reactie

Hanneke · 18 januari 2021 op 12:59

Och heer, Drop toch!! En wat een geweldige meneer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *