Ari, de eerste boxer van mijn baasje is op jonge leeftijd in de sloot beland. Hij dacht dat hij over het water kon lopen. Het kroos was tenslotte net zo groen als het gras. Sinds die onverwachtse duik had Ari watervrees. Hij haalde niet eens zijn lievelingsbal uit zijn eigen drinkbak. Nee, water en Ari, dat ging niet goed samen.

Toby, boxer nummer 2 in het gezin, die was wel iets stoerder. Hij ging tot tepel zeven in het water staan. Verder niet. De enige keer dat hij per ongeluk iets te ver ging, verzoop hij zichzelf. Het was een boxer met een zeer zware borstkas, waardoor hij op een tuimelaartje leek. Zodra zijn pootjes vaste grond verloren, kiepte de borst en dus ook de kop naar voren en schoot het kontje omhoog. Ook deze boxer was niet echt gek op water.

Toen kwam BoRies, die sinds de eerste dag dat hij bij mijn baasje woonde met zijn kont in de vijver zat. Kreeg hij op z’n kop omdat hij iets gedaan had wat niet mocht, dan trok hij een spurtje richting de vijver. Om even later in het midden tussen de waterplanten te gaan zitten. Want dan kon de baas hem niet pakken. BoRies zwom als de beste. Hij had wel een strandje nodig om in het water te komen.

Tja, en toen kwam ik, Droppie, Dropmans, de Droppert. Boxer vier op een rij. Voor de Duvel niet bang en dus ook niet voor water. Elk slootje, elk meertje, elke riviertje en elke zee, zie ik water, dan lig ik er in. Rustig zwem ik naar een stok of een waterspeeltje. Ik kan eindeloos apporteren. Je doet mij geen groter plezier dan iets in het water te gooien. Ik haal het er allemaal voor je uit.

Nora, mijn labradorvriendin, zwemt ook graag. Daarnaast is ze een beetje fanatiek. Nou ja, een beetje. Wat ik heb, moet zij ook hebben. Waar ik aan denk, heeft zij al gepakt. Als ik het nog moet bedenken, dan heeft ze het al geregeld. Ze is snel, wendbaar, heeft een grote mond en is niet te stoppen.

Gewoon op het gras is een beetje concurrentie niet erg. Ik laat mijn stok afpakken. Vaak sjouwen we ook samen met de stok. Best gezellig, kontje aan kontje en de bekken naast elkaar klemvast om de stok. Maar als de stok te water gaat, dan wil ik hem als eerste pakken. Gewoon, omdat ik de oudste ben. Noortje stapt vaak het water in, soms neemt ze een piepklein aanloopje en gaat dan zwemmen richting het speeltje. En ik, ik neem een aanloop, op de rand van de oever zet in mijn achterpoten stevig neer, buig door mijn knieën. Mijn kop laat ik tussen mijn schouders zakken. Mijn voorpoten strek ik uit en mijn volledige 30 kilo knal ik door de lucht. Hoe zo zachtjes te water? Hoe zo voorzichtig met de visjes, waterkipjes en waterplanten? Knallen met die hap. Want ik moet en zal eerder dan Nora bij de stok zijn. Ik zal als eerste naar de overkant gaan.

Met een sierlijke afzet en een power uit mijn poten waar je U tegen zegt, beland ik in het water. Ik overbrug makkelijk een meter of twee sloot voordat mijn lijf te water raakt. Soms spring ik zelfs over de stok heen. Valt het in de categorie schoonspringen? Mwah, ik denk dat mijn baasje mij eerder kan inschrijven voor het WK Bommetje! Ik win met een neuslengte voorsprong!


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.