“Fijn hè, dat we weer in groepjes van 4 kunnen trainen. En dan werkt het weer ook nog mee. Zie ze zitten, onze baasjes, met hun snoetjes in de zon. De kleinste zonnestraaltjes meepikkend. Dat hoeven wij niet te doen, Drop. Wij zijn al bruin”.
“Nou, je wàs bruin, Utah. Je begint nu aardig grijs te worden.” Utah en Drop zitten samen op ‘de club’. Utah is 7,5 en zorgt in het dagelijks leven voor haar baasje en vrouwtje. Op deze zondagochtend zitten de beide honden in het zonnetje te wachten op hun beurt bij behendigheid.

“Hoe kom jij zo grijs?” vraagt Drop. “Het staat je wel goed, hoor, daar niet van. Maar het valt mij gewoon op, al die zilverkleurige streepjes”.
“Tja,” zegt Utah, “ik zorg voor mijn baas en daar heb ik een dagtaak aan. Ik probeer vooral mijn baasje te helpen in zijn sociale contacten. Mijn baas is graag op zichzelf, is geen prater, legt daarom misschien wel wat moeilijker contact. Dus het is mijn taak om hem onder de mensen te krijgen. Om contacten te leggen zodat hij ook gezelligheid om zich heen heeft. Ik geef ook het goeie voorbeeld. Als ik een mens zie, groot of klein, ga ik gelijk zwaaien met mijn staart. Dan gooi ik mijn billen in de strijd en vlei mijn prachtige achterste tegen de benen van de mens. Zodra de mens bukt om mij te aaien (ze kunnen echt de verleiding niet weerstaan als ik drie keer knipper met mijn ogen) dan kruip ik op schoot, geef ik zachte kusjes op de wangen en druk ik mijzelf tegen de boezem. En mijn baas, die heeft dan geen andere keus om het gesprek aan te gaan.” Utah kijkt ondertussen om zich heen, het terrein verkennend.

“Wacht Drop, ik zal je laten zien hoe dit werkt.” Terwijl één van de eigenaren van de andere honden voorbij loopt, haalt Utah alle trucs uit de kast. Lonkend en verleidend haalt ze de eigenaar dichterbij. Als een soort Zeemeermin op een rots verstrikt ze de mens in haar netten.

En ja hoor, de eigenaar stopt, zakt op haar knieën en knuffelt de hond, terwijl ze ondertussen het baasje van Utah aanspreekt. “Wat een schatje, wat een lieverd, en zo’n knapperd ook, de hond bedoel ik. En vanzelfsprekend komt het gesprek op gang, over koetjes, kalfjes en de hond. De baas van Utah heeft weer contact gelegd.

“Zie je Drop, zo werkt het iedere keer weer. Gooi je charmes in de strijd en jouw baasje voelt zich nooit meer eenzaam. Het werkt bij volwassenen maar ook bij kinderen. Laat je aaien, laat je knuffelen en zet je beste beentje voor. En voordat je baasje het in de gaten heeft, heeft zij er weer dertig kennissen bij gekregen.

Maar o wee, als je baasje wordt verleid door een andere hond. Als jouw baasje niet jou aait, maar een ander. Als je baasje niet jou, maar een andere viervoeter op schoot trekt. Dan zijn de rapen gaar, hoor Drop. Dat moet je niet accepteren! Hoe ik het weet of mijn baasje is ‘vreemd’ gegaan? Daarvoor gebruik ik de stofzuigertechniek. Als mijn baas terug komt van een activiteit waarbij ik niet mee mocht, dan zet ik mijn baasje klem in de hoek, mijn neus begraaf ik op kniehoogte in de broek en ik inhaleer. Niet eventjes en niet zachtjes, Maar diep en geconcentreerd. Ik snuif de geuren uit de broek op, ik trek de stof vacuüm met mijn neusgaten. En dan neem ik afstand. Ik kijk naar mijn baas. Ik boor mijn ogen in zijn ogen. Ik verbreek het oogcontact niet. Laat het hem maar voelen. Geef hem maar een ongemakkelijk gevoel. Ik doet nog een stapje terug, steek mijn neus in de lucht en draai mijn kop weg.

En dan, als finale klap, eis ik mijn baasje op. Ik laat hem zien dat ik de belangrijkste ben in zijn leven. Dat alleen ik, de aandacht moet krijgen die ik verdien. Ik loop de trap op, ga naar de kamer boven, waar zijn grote mand ligt en ik kruip op zijn bed. Niet aan het voeteneinde, maar gewoon midden op. Tussen het baasje en vrouwtje in. Ik parkeer daar mijn lijf en sta niet eerder op dan als de zon weer op komt.

Moet je ook eens proberen Drop! Moet je ook eens proberen!”


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *