Zoals jullie wellicht weten, ontmoet ik met enige regelmaat Saar op de brug. Saar, de bruine labrador. Meestal staat zij te wachten op mij, turend over het water, op zoek naar een glimp van mijn mooie boxerlijf. En op de brug snuffelen we, kussen we en likken we, totdat we de gelegenheid hebben om samen te rennen.

Maar meer dan een vluchtige ontmoeting op de brug en een wandeling over het uitlaatterrein is niet mogelijk. Saar heeft namelijk een chaparone. Haar baasje houdt haar goed in de gaten. Als ze zich stilletje terug trekt in de bosjes, dan is haar baas er als de kippen bij. Een dame hoort zich niet onder het toeziend oog van een chaparone te onttrekken. Altijd in het zicht en nooit alleen op pad. Nee, zegt hij dan, Saartje mag niet alleen aan de wandel, zeker niet alleen met Drop. Stel je toch voor. Dat kan toch niet. En dus sjokken we samen voort onder de argusogen van de chaparone. Stiekem een kusje stelend onder een laaghangende struik

Tot twee weken geleden. Om één of andere reden tref ik Saar niet op de brug. Mijn baasje neemt mij mee naar Saar’s huis. Klopt op de deur en de chaparone doet open. Hij geeft de riem aan mijn baasje en roept Saar. Schoorvoetend komt ze naar buiten. Dralend op het pad en steeds achterom kijkend. Saar, je mag met ons mee, zegt mijn baasje, terwijl zij de riem om Saars halsje legt. Ik duw tegen Saar, zij duwt tegen mij. Samen kijken we nog eens om. Nee, geen baas van Saar. We mogen samen op stap.

De dagen erna herhaalt zich hetzelfde ritueel. Eerst naar Saar’s huis om haar op te halen en dan samen naar het uitlaatterrein. Waarbij Saar op de eerste dag nog een beetje aarzelde, zit ze de volgende dagen al klaar op de stoep of snuivend achter de voordeur. Ze herkent het klopje op de deur van de knokkels van mijn baasje. En ik, ik ben er zo blij mee. Het onstuimige ontvangst is soms overweldigend. Bij de voordeur word ik al in mijn nek gegrepen. Ze likt de slaap uit mijn ogen en fluistert lieve woordjes in mijn oor.

In een onbewaakt ogenblik zijn we er ook al samen vandoor gegaan. Terwijl mijn baasje nog stond te kletsen, hebben wij met z’n tweetjes een sprint door de wijk getrokken. Bij de bushalte hebben we staan wachten in de hoop dat we samen op reis konden gaan. Helaas had mijn baas de longen uit haar lijf gerend en heeft ons gevangen voordat we in de bus konden stappen.

Nog steeds haal ik Saar op ‘s ochtends. Ze is er klaar voor. Geen aarzeling, niet meer achterom kijkend, geen enkele treuzeling in haar pas. We trekken mijn baasje als een vliegende feeks over de straat om maar snel met z’n tweetjes los te kunnen lopen.

Aan het einde van de wandeling, bij de brug, is Saar vandaag in staking gegaan. Ik stond al klaar om richting huis te wandelen. Ik had mijn baasje al weer vast gelijnd. Saar dacht er duidelijk anders over. Ze verzette geen stap. Ze was er nog niet klaar voor. Ze ging nog niet naar huis. Niet zonder mij in ieder geval. Als we eindelijk bij haar voordeur staan, volgt er nog een stoeipartij. Saar hapt in mijn velletje. Ik duw mijn natte neus onder haar zachte buikje. We rennen en racen over het pleintje. Oh Saar..

Dan roept de chaparone. Saartje, je bent nog te jong om samen te wonen met Droppie. Het is tijd om weer thuis te komen, waar je brokken staan, waar de kinderen zijn, waar je wordt geknuffeld, geaaid en gekroeld. We nemen innig afscheid. Saar heeft het goed thuis. Ik snap dat ze dat niet zo maar kan opgeven voor mij. Ze zou haar baasje erg missen, en de kinderen en het vrouwtje, iedereen. Maar we missen elkaar ook. Gelukkig mag ik haar morgen weer halen en wie weet komt ze een keertje logeren…


1 reactie

Hanneke · 13 september 2021 op 09:17

Och Drop toch! Wat een heerlijk verhaal. Wat fijn dat Saar mer jullie mee uit mag. Kan haar baasje niet? Ach… Geniet er van. Wie weet is het gauw weer gewoon.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *