Ik wil het niet klagen hoor, echt niet. Mijn mand is fijn. Ik krijg dagelijks meer dan genoeg beweging, heb vrienden en vriendinnen. Mijn baasje is lief en ik krijg drie keer per dag vers vlees. MAAR… als ik zo op dit smoelenboek lees dat er honden zijn die elke dag wel een traktatie krijgen, elke dag een koekje, een botje of een snack, dan kom ik er toch wel heel bekaaid van af.

Ik krijg namelijk niets, helemaal niets, gewoon echt niets. Oké, niet helemaal waar. Als ik naar de boxerclub ga voor een training neemt mijn baasjes gedroogde long mee. Een hele zak vol. Tegen de tijd dat ik aan de training toe ben, is de zak al drie kwart leeg. Mijn baasje deelt namelijk uit aan iedere hond die ze tegen komt op de club.

Als mijn baasje zomaar weggaat zonder mij, legt ze ook gedroogde long in mijn mand. Die truc ken ik natuurlijk dus zodra ze de deksel van de pot open doet waar deze snoepjes in zitten, dan ren ik naar de voordeur, in de hoop dat ik toch mee mag. Die snoepjes zijn dan niet echt interessant.

Terug naar het punt dat ik wil maken. Ik ben dus zielig! Krijg nóóóóit iets lekkers tussendoor. Mijn baasje heeft ook geen droogstookoventje of iets anders, dus er is ook niets in huis. Nu had ik ontdekt dat eitjes heel lekker kunnen zijn. Van mijn vriendjes begreep ik dat ze elke week wel een eitje krijgen, soms wel vaker in de week. Met of zonder schilletje, gekookt of rauw. In elke variatie is heerlijk. Mijn baasje eet ook eitjes, vaak samen met spinazie of op brood. Maar ja, ik mag niet bij de eettafel komen als ze eten. Ook mag ik niet in de keuken komen als ze aan het koken zijn. Dus dat eitje, ik heb het op afstand geroken maar nog niet geproefd. Toen ik van de week toch te dicht bij de eettafel kwam, er stonden namelijk eitjes op tafel, werd ik naar buiten gestuurd. Echt, gewoon weggestuurd! Vlak bij de achterdeur ben ik gaan liggen. Kop op mijn pootjes, starend naar de woonkamer.

Boven mijn hoofd, op het kozijn van het raam op de eerste verdieping hoorde ik drukke vogelgeluiden. Elk jaar maken twee duiven op dat plekje een nest. Mijn baasjes vinden dat geen goed idee. Dat nest zit namelijk precies boven de achterdeur. Er wil nog wel eens een flats duivenpoep naar beneden komen. Inmiddels hebben mijn baasjes daar antivogelpinnen op het kozijn geplaatst. Nu blijft het nest nog beter zitten. En zitten de duiven van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat daar te kwetteren, te piepen en te fluiten.

Ook deze keer, terwijl ik voor “straf” naar buiten ben gestuurd en daar zielig lig te kijken naar het eten wat binnen op tafel komt. Dan valt er iets naar beneden. Het drukke gedoe boven heeft het nest verstoord. Misschien was de nood hoog, zat er iets dwars of kwam het onverwachts. In ieder geval valt er vlak voor mijn neus een duiveneitje naar beneden. Gewoon, zomaar, uit de lucht. Pats. Op de grond, in stukken. Gele struif op de tuintegels. De witte eierschalen er om heen. Ik kijk naar boven en ik kijk naar het eitje. Ik kijk nog een keer naar het eitje en weer naar boven. Water komt uit mijn bekkie, bellen vormen zich op mijn lippen. Zo maar een eitje, letterlijk voor mij neer gegooid. Verser kan het gewoon niet.

Helaas viel het eitje naast mijn voerbak en zoals jullie weten heb ik last van een kleine dwangneurose. Ik eet namelijk geen voer dat niet in mijn bak ligt. In de juiste bak nog wel. Dus ik heb gekeken, gekwijld en gesnuffeld. Het eitje lag er na 10 minuten nog. Het liep niet vanzelf in mijn voerbak helaas. Ik heb de baas nog gevraagd om het op te pakken en mijn bak te doen. Ik heb zelfs nog een poging gedaan mijn voerbak te verschuiven richting ei.

Het mocht niet baten. Dit prachtige eitje, de kans van mijn leven om iets te proeven wat ik gewoon niet krijg van mijn baas, heb ik aan mijn neus voorbij moeten laten gaan. Ik wacht op een volgende kans, met mijn voerbak op de juiste plek. Want je weet maar nooit, wat er nog meer van boven valt.


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.