Maandag wasdag

Maandag wasdag

Zo, de buurvrouw is actief, denk ik terwijl ik met mijn armen vol boodschappen het steegje naar mijn huis in loop. Ik steek mijn neus omhoog en de geur van wasmiddel komt mij tegemoet. Zoete bloemetjesgeur met een vleugje zuur. Mmmm, vreemde combinatie.

Mijn huis ligt aan het einde van het steegje. Het is een drie onder 1 kap. Het rijtje staat dwars op de weg, waardoor er een smal voetpad voor het huis langs loopt richting de voordeur. Mijn huis is het laatste huis. Een tuinkamerwoning met de keuken aan de voorkant. Voor de keuken is een smalle bijkeuken gebouwd. Daar staat de wasmachine, de droger, regenlaarzen en sinds vandaag mijn jonge boxer.

Sinds de komst van mijn 7 maanden oude boxer Ari heeft hij moeite om alleen te blijven. ’s Nachts gaat goed. Als ik in huis ben, maar uit het zicht, geen enkel probleem. Hij scharrelt wat door het huis of doet een tukkie. Maar zodra ik het huis verlaat, als is het maar voor vijf minuten, dan komt er een geheel andere hond tevoorschijn. Een sloper, een schredder, een echte Arie de Knaller. Mijn lieve, kleine knuffel maakt alles stuk waar hij zijn tanden in kan zetten.

Om zijn mogelijkheden te beperken, sliep hij tot voor kort in de gang. Hij loopt geen trap, dus veel ruimte heeft hij niet. Helaas heeft hij op een ochtend, ik was misschien maar vijftien minuutjes uit huis, de vloerbedekking versnipperd tot postzegelformaat. Keurig opgestapeld aan de binnenkant van de voordeur. Omdat de voordeur naar binnen open gaat, was het helaas niet meer mogelijk om in huis te komen. Niet grappig!

Dus vandaag gaat puber Ari in de bijkeuken. Voordat ik de boodschappen ging doen had ik m flink moe gemaakt. Lekker gelopen, nog even gevoetbald. Heerlijk in zijn mandje gestopt na een heerlijke maaltijd brokken. Dat moet toch goed gaan?

Dus daar loop ik dan, tassen vol boodschappen en mijn neus vol zoete geur van wasmiddel. Mijn buurvrouw moet zich wel heel erg hebben uitgeleefd. De geur van wasmiddel wordt sterker en sterker als ik mijn eigen huis benader. Dan zie ik kleine zeepbelletjes door de lucht zweven. Ik volg met mijn ogen het spoor van de zeepbellen en zie tot mijn grote schrik dat de zeepbellen niet bij de buren vandaan komen. De zeepbellen komen uit het kattenluik van mijn bijkeukendeur. Bel na bel komt omhoog, een straaltje wit schuim achterlatend op de stoep. De ergste scenario’s passeren in mijn hoofd. Waterleiding geknapt? Wasmachine op hol geslagen? En dan bedenk ik dat mijn boxertje in de bijkeuken zit. Snel zet ik mijn boodschappen neer. Ik steek de sleutel in de voordeur, ruk de deur open, ren de gang door naar de keuken en trek de bijkeukendeur open.

En daar zit hij dan, compleet onschuldig in zijn mand. Omringd door schuim, bellen en zeep. Zodra hij mij ziet, begint zijn staartje te wiebelen, daarna zijn billetjes en dan volgt er een grote boer. Uit zijn boxerbekkie ontsnappen mooie zeepbellen. Kleine en grote bellen, met regenboogkleuren. Elke keer als Ari een boertje laat, ontsnappen er nog meer langs zijn hangwangen.

Op de grond, naast zijn waterbak, ligt mijn waspoeder doos. De tanden van Ari staan er in. De deksel ligt er af. Ik weet zeker dat de doos nog volledig vol op de wasmaschine stond toen ik boodschappen ging doen. Nu zit er nog maar een klein restje waterige poeder in de doos. De volle waterbak is leeg gesloeberd. Op de bodem van de bak ligt hetzelfde waterige poeder uit de waspoederdoos. Ik kijk naar mijn hond en van de hond naar de doos. Hij zal toch niet de volledige doos hebben leeggegeten? Ari wiebelt inmiddels met zijn hele lijfje. Alle signalen van “ik vind je geweldig baas! Leuk dat je er bent. Kunnen we nu uit??”straalt van zijn lichaam. Tja, wat zal ik doen? De rotzooi opruimen, de hond uitlaten of de dierenarts bellen? Het kan niet goed zijn om zoveel chemische troep naar binnen te werken. Ondertussen wiebelt en waggelt Ari door de woonkamer, naast kleine boertjes laat hij nu ook kleine scheetjes. Uit zijn achterste stroomt gestaag het waspoederpapje naar buiten. De geur is nog steeds rozenblaadjes met viooltjes. Zo heerlijk heeft de hond nog nooit geroken.

Ik bel de dierenarts. Goedenmiddag met dierenpraktijk de blaffende papegaai. Waarmee kan ik u helpen? Dag, met Saskia, mijn hond heeft waspoeder gegeten. Wat moet ik doen? Wat is de naam van uw hond? Ari de boxer. Er klinkt gegrinnik aan de andere kant van de lijn. Oh nee, niet Ari. Wat heeft hij nu weer gedaan? Had Ari al weer trek na de vloerbedekkingmaaltijd? Of wilde hij je helpen met de was? Het gelach wordt harder aan de telefoon. Ook ik zie de humor er wel van in. Het was ook zo’n komisch gezicht al die bellen uit zijn bek en billen. Ik schiet in de lach en vertel wat mijn puber nu weer heeft uitgevreten. Het is niet de eerste keer dat ik bel. Zij kennen mijn Ari van al zijn vorige streken. Het zal ook de laatste keer niet zijn. Hoe is het nu met de hond, vraagt de dierenarts. Moet hij spugen, heeft hij diarree? In geuren en kleuren vertel ik dat Ari boertjes laat en natte winden met bellen. Verder is hij in zijn normale drukke doen.

Geef hem maar veel water, doorspoelen die handel. Veel lopen zodat hij het huis niet bevuilt met zijn windjes en dan moet het goed komen, adviseert de dierenarts. Enne, Saskia, de volgende keer, gewoon zelf de was doen. Niet aan je boxer overlaten.

Het heeft nog weken heerlijk geroken in mijn huis. De wasmiddelen zijn achter slot en grendel gegaan en Ari, die heeft nergens last van gehad. Zelfs zijn windjes hebben nog lang naar bloemetjes geroken.