Bulldozer.

Bulldozer

Gaat het?” Verschrikt kijk ik neer op mijn uitlaatmaatje. Kees ligt volledig gestrekt op zijn rug in het natte gras. “Alles oké? Vraag ik nogmaals. Mijn maatje is een oudere heer van dik in de zeventig. Uit zijn mond die tot een grimas is vertrokken, komt een diep gebrom. “Niets gebroken? Kan je opstaan? Kees, zoals mijn maatje heet, slaat zijn ogen open. “Wat is er gebeurd?” Kreunt hij.

Nou……

Ik ken Kees al ruim twintig jaar. Onze gezamenlijke liefde voor boxers heeft ons bij elkaar gebracht. Ten tijde van mijn eerste boxer Ari had hij een boxer reu. Avonden hebben we op het veldje achter mijn huis gezeten om de honden te zien racen en sjezen. Arie heeft Kees een tetanusprik bezorgd toen hij van enthousiasme zijn platte boxersnoet met hoektanden parkeerde in zijn neusbrug. Mijn tweede boxer Toby was helemaal verliefd op zijn Kees’ tweede boxer, een teefje. Vele wandelingen hebben we samen gemaakt. Alle wereldproblemen hebben we opgelost tijdens onze gesprekken.

Nu delen we mijn BoRies. Kees voelt zich te oud om opnieuw een boxer te nemen, dus we delen mijn hond. Ik haal Kees een aantal keren per week op voor een wandeling en elke donderdag haalt Kees mijn hond op voor een dagje kroelen, knuffelen en kwijlen

En nu, op deze zondagmiddag ligt hij gestrekt op het gras. Mijn uitlaatmaatje. Ik had Kees opgehaald. “Het is mooi weer, kom op, uit je stoel en lekker mee naar buiten. BoRies staat te trappelen om te rennen.” “Ja, ja, ik kom eraan. Ik lag net een heerlijk tukkie te doen.” ”Doe dat maar in je eigen tijd,” roep ik naar Kees. BoRies stuitert ondertussen in de nauwe gang van het woonhuis. “Zachtjes met je staart,” waarschuwt Kees de hond, terwijl BoRies zijn lange zweep laat knallen tegen de houten lambrisering. Kees gaat op de trap zitten om zijn schoenen aan te trekken. Best een lastige klus met een boxer die alles uit de kast haalt om Kees’ oren te likken. Maar dan kunnen we dan ook echt op weg. BoRies is ruim een jaar en volledig in de pubertijd. Als ik links zeg, gaat hij rechts. Alles, werkelijk alles is interessanter dan de baas. Bananen in zijn oren.

Met z’n drietjes lopen we richting het industrie terrein. BoRies zwalkt over de weg. Links een boompje, rechts een struikje. Dan weer vol in de riem hangen. Nee, rustig wandelen is er vandaag niet bij. We slaan linksaf het industrieterrein op. Hier begint een groenstrook langs het water waar de hond zich heerlijk kan uitleven. Ik koppel de riem los van de halsband. BoRies schiet er vandoor. Hij ziet het konijn wat ik over het hoofd heb gezien. Veel te snel verdwijnt de hond richting het einde van het grasveld wat eindigt in de Hoevelakense beek. Ik roep”Nee, wacht, foei, kom hier”en elk commando wat er in mijn hoofd komt, maar helaas. Geen sjoegge. ‘Laat mij maar” zegt Kees. Prrrrrrrrr, fiettefietefiet, Brurrr. Kees maakt allerlei gekke geluidjes. Het werkt! BoRies vermindert vaart en stopt voor het randje van de beek. Koppie schuin, oren open, zijn hoofd gedraaid in onze richting. Kees gaat op zijn hurken zitten, slaat met zijn handen op z’n bovenbenen en roept met een heel hoog stemmetje “Ja, kom maar, lekkere koekies”

Met de zelfde vaart trekt BoRies een sprintje onze kant op. Hij moet zo’n 100 meter overbruggen. Het tempo gaat steeds meer omhoog. Zijn wangen flapperen achter hem aan. De graspollen vliegen door de lucht. Kees zit nog steeds op zijn hurken. “Kees,” zeg ik zachtjes, “zou je niets eens op staan. BoRies komt snel dichterbij. Ik weet niet zeker of hij op tijd stopt.” “Tuurlijk wel, hij loopt toch gewoon om mij heen. Hij ziet mij toch.” BoRies is inmiddels op topsnelheid aan beland. Hij moet nog zo’n vijftig meter overbruggen. “Kees, kom nou. Ik ken hem, hij stopt niet.” Langzaam komt Kees overeind. Maar ja, op een zekere leeftijd gaat dat niet heel snel. BoRies is op zo’n tien meter genaderd. Zijn snelheid is nog niet afgenomen. Sterker nog, ik denk dat hij er nog een tandje bij zet. “Nee”, roep ik, “stop”. Maar het is al te laat. Vol vliegt mijn turbo spierbundel tegen de knieën van mijn uitlaatmaatje. Kees vliegt een meter achteruit en belandt op zijn rug. BoRies schiet dwars door hem heen en komt slippend tot stilstand. Uit het diepst van mijn lijf scheeuw ik “Nee”. Het werkt. BoRies gaat direct liggen op het gras. Ik buig me over Kees.

Gaat het? Alles oke? Kees slaat zijn ogen open. “Hij stopte niet, Saskia. Hij liep gewoon dwars door mij heen!” Pffff, een zucht van verlichting gaat door mij heen. Kees kan in ieder geval weer wat zeggen. “Tja, dacht je echt dat hij om je heen zou lopen? Je kent hem toch, het is een boxer!!” Ondertussen tijgert BoRies over het gras. Aan zijn hele houding is te zien dat hij in de gaten heeft dat hij iets heeft gedaan wat niet mocht. Opstaan doet hij dus niet. Hij sluipt en kruipt steeds dichterbij totdat zijn kop naast het hoofd van mijn uitlaatmaatje ligt. Voorzichtig gaat zijn lange roze tong over het oor van Kees.

Volgens mij heb ik niets gebroken. Help mij maar overeind.” Met de nodige ondersteuning komt Kees overeind. Langzaam checkt hij al zijn ledematen. Inderdaad, niets gebroken, maar erg prettig voelt het nu ook weer niet aan.

Met de bulldozer nog steeds schuivend met zijn buik over het gras gaan we hinkend naar huis. Ik schud mijn hoofd. Kees toch, hoeveel boxers moet je hebben gehad om te weten, dat ze altijd door je heen lopen.